Voor het beslissen op een aanvraag voor een maatwerkvoorziening dienen de door het college gevraagde gegevens, op de daarbij door het college aangegeven wijze, tijdig en compleet door de cliënt te worden verstrekt.
Om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening moet door het college zijn vastgesteld dat de aanvrager ondersteuning nodig heeft op één of meerdere resultaatgebieden, waarbij er geen of onvoldoende gebruik kan worden gemaakt van eigen kracht en onvoldoende ondersteuning kan plaatsvinden vanuit:
een andere voorliggende wettelijke voorziening;
gebruik van het sociale netwerk van de aanvrager en van mantelzorg;
een algemene voorziening;
algemeen gebruikelijke middelen;
gebruikelijke hulp;
welzijns- en vrijwilligersorganisaties.
Voor de beslissing op de aanvraag voor een maatwerkvoorziening onderzoekt het college in aanvulling op het tweede lid tenminste de volgende onderdelen:
het regelvermogen van de aanvrager;
de mate van participatie van de aanvrager;
de mate van zelfredzaamheid van de aanvrager;
het sociale netwerk van de aanvrager;
het bestaan van multi-problematiek bij problemen en beperkingen.
Voorts houdt het college bij het behandelen van de aanvraag in ieder geval rekening met:
de persoonskenmerken van de aanvrager, zoals leeftijd en beperkingen;
het inkomen van de aanvrager;
de sociale omstandigheden, zoals de gezinssituatie, en
de toegankelijkheid van ondersteuning en voorzieningen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.2
Criteria voor maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Regeling Maatschappelijke Ondersteuning Den Haag 2018