Het college kan een indicatie voor een maatwerkvoorziening voor onbepaalde tijd afgeven wanneer blijkt dat verbetering niet mogelijk is en de zelfredzaamheid en participatie niet kan worden vergroot.
Het college stelt de duur van een indicatie vast door de beoordeling van de persoonlijke situatie van de cliënt en aan de hand van de vraag of er voorzienbare wijzigingen zijn te verwachten in de persoonlijke situatie.
Het college geeft een indicatie voor een termijn korter dan een jaar af wanneer uit de informatie van de aanvrager blijkt:
dat er vooruitgang of herstel in de situatie van de aanvrager wordt verwacht; of
indien er een duidelijke reden is om een kortere indicatie af te geven.
Het college besluit een vervolgindicatie direct op de voorgaande indicatie aan te sluiten, wanneer de vervolgmelding door de cliënt minimaal zes weken voor het aflopen van de voorgaande indicatie is ingediend.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.5
Geldigheidsduur indicatie
Onderdeel van Regeling Maatschappelijke Ondersteuning Den Haag 2018