Het college omschrijft de maatwerkvoorziening ‘ondersteuning’ in resultaten en activiteiten.
Het college hanteert hierbij de volgende resultaatgebieden:
a. het voeren van een huishouden;
b. sociaal en persoonlijk functioneren;
c. zelfzorg en gezondheid;
d. dagbesteding;
e. financiën;
f. bereik- en beschikbaarheid; en
g. wonen.
Het college hanteert de intensiteiten: start, basis, plus, intensief en forfaitaire periode.
Het college kan, na beëindiging van een toegekende maatwerkvoorziening, een waakvlam-functie instellen waarbij de cliënt nog enige tijd wordt gemonitord.
Het college draagt er zorg voor dat de activiteiten en de frequenties van de activiteiten, die er samen voor zorgen dat het resultaat in de praktijk wordt bereikt, worden afgeleid van objectieve of objectief te maken criteria.
Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van het bepaalde in het vijfde lid.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.7
Artikel 3.7.1
Maatwerkvoorziening ‘ondersteuning’
Onderdeel van Regeling Maatschappelijke Ondersteuning Den Haag 2018