Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.3

Afzien van (verdere) invordering

Onderdeel van Regeling Maatschappelijke Ondersteuning Den Haag 2018

Het college verhaalt bij overlijden van een cliënt een vordering op de nalatenschap, tenzij dit feitelijk onmogelijk is. Het college kan op verzoek van de cliënt of van de schuldhulpverlener afzien van (verdere) invordering als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor het tot stand laten komen van een schuldregeling. Het college kan niet van invordering afzien indien: a. de vordering is ontstaan door fraude, door onrechtmatig of door verwijtbaar gedrag van de cliënt of diens echtgenoot of geregistreerd partner; b. medewerking van het college aan een schuldregeling is toegezegd en binnen twaalf maanden nadien geen regeling tot stand is gekomen; c. het een vordering op een zorgverlener betreft.

Rechtspraak bij dit artikel