De verwijzer bepaalt de hoogte van het pgb op basis van het passende en toereikende zorgarrangement en de intensiteit ervan (voor segment 2), of het specifieke product inclusief benodigd volume (bijvoorbeeld uren of dagdelen) (voor segment 3), dat toegekend zou zijn, indien aanvrager om een individuele voorziening in natura had verzocht.
Voor het pgb op grond van segment 2 gelden de genoemde bedragen in bijlage 1 van de verordening als maximaal pgb per resultaat. Het resultaat dient behaald te worden tijdens de totale geldigheidsduur van de beschikking.
Voor het pgb op grond van segment 3 gelden de genoemde bedragen in bijlage 2 van de verordening als maximaal pgb per 'grondslag tarief'. Dit houdt in dat voor segment 3 in de beschikking is aangegeven welk aantal uren, dagdelen, etc. van het product noodzakelijk is. Het maximale pgb wordt bepaald als p x q (product x benodigd volume). In de beschikking is de maximale hoogte van het pgb in het actuele kalenderjaar benoemd. Het kalenderjaar hoeft niet gelijk te zijn aan de geldigheidsduur van de beschikking.
Formele jeugdhulpaanbieders, inclusief professioneel gekwalificeerde zzp'ers, ontvangen het formele pgb-tarief volgens bijlagen 1 (onderdeel 'PGB formeel 2019') en 2 (onderdeel tabel 'Tarief 2019 PGB formeel') van de verordening.
Informele jeugdhulpaanbieders uit het eigen sociale netwerk van de budgethouder en overige niet-gekwalificeerde jeugdhulpaanbieders ontvangen het informele tarief volgens bijlagen 1 (onderdeel 'PGB informeel 2019') en 2 (onderdeel 'Tarieven informeel') van de verordening.
Bij de vaststelling of er sprake is van een formeel of informeel tarief, geldt dat eerste en tweede graads familiebanden voorgaan op de kwalificatie.
Als het maximaal aangevraagde bedrag in het budgetplan van aanvrager lager is dan het maximaal te verstrekken bedrag als bedoeld in artikel 4.6 lid 1, dan is het budgetplan leidend.
Als in het contract tussen budgethouder en jeugdhulpaanbieder geen indexering is voorzien, dan wordt het pgb niet geïndexeerd.
Als de hoogte van het pgb is vastgesteld op basis van een individuele voorziening in segment 2, dan vindt geen indexering plaats van de voorziening in de vorm van een pgb.
Als de hoogte van het pgb is vastgesteld op basis van een individuele voorziening in segment 3 en het contract tussen budgethouder en jeugdhulpaanbieder voorziet in indexering, dan vindt jaarlijks per 1 januari indexering plaats van de voorziening in de vorm van een pgb. Hierbij wordt aangesloten bij het indexeringspercentage voor voorzieningen in natura.
Artikel 4.6
- De hoogte van een pgb
Onderdeel van Nadere regels bij de Verordening jeugdhulp gemeente Tilburg 2019