De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur aangewezen.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt het voorzitterschap waargenomen door een ander lid van het dagelijks bestuur dat door het dagelijks bestuur is aangewezen als plaatsvervangend voorzitter.
De voorzitter tekent de stukken, die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan. Deze stukken worden medeondertekend door een ander lid van het dagelijks bestuur, door het dagelijks bestuur aan te wijzen.
De voorzitter vertegenwoordigt het werkvoorzieningsschap in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.
In een geschil met een of meer besturen van gemeenten waarvan de voorzitter deel uitmaakt, vertegenwoordigt de plaatsvervangend voorzitter, geen deel uitmakend van de wederpartij, het werkvoorzieningsschap.