De gemeenten dragen jaarlijks bij in de kosten van de taak van het werkvoorzieningsschap.
Onder de in het eerste lid bedoelde kosten worden verstaan:
de exploitatiekosten van Delta volgens de vastgestelde geconsolideerde rekening;
de in de vastgestelde rekening opgenomen bestuurlijke kosten.
De berekening van de gemeentelijke bijdragen geschiedt:
m.b.t. het aandeel in de exploitatiekosten naar rato van:
het aantal inwoners van de deelnemende gemeente;
de afname door de deelnemende gemeente van de diensten van Delta.
Het algemeen bestuur stelt de werkobjecten vast die tot de vorenbedoelde diensten worden gerekend.
m.b.t. het aandeel in de bestuurskosten naar rato van het aantal inwoners van de deelnemende gemeente.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks ten behoeve van de berekening van de gemeentelijke bijdrage voor een jaar, bij de vaststelling van de begroting over datzelfde jaar, de onderlinge verhouding tussen de in lid 3 a. genoemde onderdelen 1 en 2 vast.
Op basis van de jaarlijkse begroting stellen de deelnemende gemeenten een beschikbaar te stellen budget vast.
De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van vooruitbetaling jaarlijks de overeenkomstig dit artikel verschuldigde bedragen.
Indien in enig jaar een nadelig exploitatiesaldo wordt verkregen, dient dit in de jaarrekening te worden geactiveerd en ten laste te worden gebracht van het (de) eerstvolgend(e) begrotingsjaar (jaren) volgend op dat waarin de jaarrekening is vastgesteld. Indien het algemeen bestuur van oordeel is dat het activeren van het nadelig exploitatiesaldo niet verantwoord is, kan het aan de deelnemende gemeenten een voorstel doen tot bijstelling van het budget over het betreffende begrotingsjaar. Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
Wanneer de rekening van enig jaar sluit met een lager nadelig exploitatiesaldo dan voor dat jaar was begroot, worden hiermee eerst de in artikel 24 lid 7 genoemde geactiveerde nadelige saldi verrekend. Indien dan nog een voordelig exploitatiesaldo resteert, wordt dit met de gemeenten verrekend, zodra de rekening is vastgesteld.
Over het instellen en het in stand houden van een risicofonds ten behoeve van bedrijfsmatige financiële risico’s besluit het algemeen bestuur. Voordat het algemeen bestuur hiertoe besluit, worden de colleges van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld hun gevoelen hierover te doen blijken.