In geval van opheffing van de regeling, besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.
Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de colleges van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.
Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging voor het personeel en de werknemers heeft.
Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
Zonodig blijven organen van het werkvoorzieningsschap ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.