**1..** De tweede wettelijke voorwaarde betreft de motivering voor een pgb door de cliënt (of diens vertegenwoordiger). Volgens artikel 8.1.1 lid 2b van de wet dient de cliënt te motiveren dat het bestaande aanbod van ZIN niet passend is en daarom een pgb wenst. Hierbij gaat het om de argumenten van een persoon (de cliënt of zijn (wettelijk) vertegenwoordiger) om aan te geven dat ZIN die door de gemeente is voorgesteld niet passend is, waardoor de aanvrager gebruik wenst te maken van een pgb.
**2..** Met deze argumentatie moet duidelijk worden dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op ZIN. Wanneer de aanvrager de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd mag de gemeente de aanvraag niet weigeren.
**3..** Enkele concrete voorbeelden (niet limitatief) van argumenten die de cliënt of vertegenwoordiger in het kader van hun motivering kunnen aandragen voor het betrekken van jeugdhulp uit het eigen sociale netwerk via een pgb zijn:
de benodigde ondersteuning is niet goed vooraf in te plannen;
de benodigde ondersteuning moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden;
de benodigde ondersteuning moet op veel korte momenten per dag worden geboden;
de benodigde ondersteuning moet op verschillende locaties worden geleverd;
als het noodzakelijk is om ondersteuning op afroep te organiseren;
tot slot dienen gemeenten rekening te houden met de behoeften van personen op het gebied van godsdienstige gezindheid, levensovertuiging of culturele achtergrond. Deze kunnen een reden vormen voor aanvragers om te kiezen voor een pgb, omdat zij met het budget een aanbieder kunnen contracteren passend bij de eigen levensovertuiging indien deze niet gecontracteerd zijn.
Hoofdstuk 3.
Artikel 15.
Gemotiveerde keuze voor een pgb
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Winterswijk 2019