**1..** Conform artikel 13 lid 4 van de verordening zijn de bedragen per vier weken, het minimale periodebedrag, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage als volgt:
voor de ongehuwde cliënt, niet meer dan € 17,60 per bijdrageperiode met dien verstande dat dit bedrag, indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 29.735,- en hij de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 7,5% van het verschil tussen dat inkomen en € 29.735,-;
voor de ongehuwde cliënt, niet meer dan € 17,60 per bijdrageperiode met dien verstande dat dit bedrag, indien zijn bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 22.716,- en hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 7,5% van het verschil tussen dat inkomen en € 22.716,-;
voor de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen € 0,00 per bijdrageperiode, met dien verstande dat dit bedrag, indien het gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 45.728,- en een van beiden of beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 7,5% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 45.728,-;
voor de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, niet meer dan € 17,60 per bijdrageperiode met dien verstande dat dit bedrag, indien het gezamenlijke bijdrageplichtig inkomen meer bedraagt dan € 31.366,- en beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, wordt verhoogd met een dertiende deel van 7,5% van het verschil tussen dat gezamenlijke inkomen en € 31.366,-.
**2..** De eigen bijdrage is, conform artikel 13 lid 2 van de verordening, niet verschuldigd:
indien de cliënt of de echtgenoot van de cliënt een bijdrage voor beschermd wonen dan wel een bijdrage ingevolge de artikelen 4 of 14 van het Bijdragebesluit zorg verschuldigd is;
indien de cliënt of zijn echtgenoot gedurende twee of meer nachten aaneengesloten in de bijdrageperiode in een instelling voor opvang verblijft;
indien het college, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of het AMHK, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige door de ouder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
voor een rolstoel;
voor een cliënt die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van een woningaanpassing;
als de maatwerkvoorziening gerealiseerd wordt in een woongebouw waarvan de woning van cliënt onderdeel uitmaakt, en voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw;
voor de maatwerkvoorziening collectief vervoer.
** 3. .** De eigen bijdrage is, conform artikel 13 lid 3 van de verordening, verschuldigd gedurende de gebruiksperiode van de maatwerkvoorziening of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, maar nooit hoger dan de kostprijs van de verstrekte voorziening, inclusief onderhoud en verzekering.
Artikel 7.
Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doesburg 2016