Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd wordt, schriftelijk aan de rechthebbende of, belanghebbende bekend gemaakt. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is, maakt het college het voornemen tot ruiming van het graf gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en een mededeling bij de ingang van de begraafplaats bekend.
De beheerder draagt er zorg voor, dat met de bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met de stoffelijke resten worden geconfronteerd.
De bij de ruiming van het graf nog aanwezige stoffelijke resten worden begraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).
Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf, kunnen binnen de termijn van zes maanden die voorafgaat aan de ruiming, bij het college een aanvraag indienen om bij ruiming de stoffelijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor crematie of voor herbegraving elders;
De rechthebbende van een particulier graf kan bij het college, binnen de termijn van een jaar, een aanvraag indienen om de stoffelijke resten te verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen begraven;
De rechthebbende op een particulier urnengraf kan bij het college, binnen de termijn van een jaar, een aanvraag indienen om de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.
Hoofdstuk 6
Artikel 26
Ruiming van graven en stoffelijke resten
Onderdeel van Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Emmen 2019