Tot de subsidiabele restauratiekosten worden in ieder geval de volgende kosten gerekend:
de aanneemsom die betrekking heeft op de restauratiewerkzaamheden;
het architectenhonorarium, de constructeur en de kosten van het dagelijks toezicht naar evenredigheid van verhouding tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele restauratiekosten;
bouwhistorisch en/of archeologisch onderzoek, dat noodzakelijk is om inzicht te krijgen in de monumentale waarde, voor zover die niet blijkt uit de uit de beschrijving in de gemeentelijke monumentenlijst;
de leges die evenredig wordt verdeeld tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele restauratiekosten;
de verschuldigde omzetbelasting, mits deze niet verrekenbaar is;
installaties ter voorkoming van brand of blikseminslag voor zover deze door burgemeester en wethouders zijn voorgeschreven.