Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10:

Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij belanghebbenden met een uitkering

Onderdeel van Beleidsregels Terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Gooise Meren 2019

Als belanghebbende een uitkering ontvangt, bedraagt de aflossingsverplichting tien procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, dan wel de van toepassing zijnde grondslag als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ per maand inclusief vakantietoeslag, waarbij rekening wordt gehouden met de wettelijke beslagvrije voet. In afwijking van het eerste lid bedraagt de aflossingsverplichting zes procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, dan wel de van toepassing zijnde grondslag als bedoeld in artikel 5 van de IOAW en IOAZ, per maand inclusief vakantietoeslag, als het géén verplichte vordering betreft. In geval van beslaglegging door een andere schuldeiser dan het college, wordt de aflossingsverplichting ingevolge lid 2 voor alle vorderingen van de debiteur bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in het tweede boek, de tweede titel, van het RV.

Rechtspraak bij dit artikel