Het college verstrekt een PGB in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet en toetst daarop:a.
a. Een PGB wordt slechts verstrekt indien de jeugdige of zijn ouders gemotiveerd kunnen aantonen dat de individuele voorziening die door een aanbieder wordt geleverd, niet passend is;
b. De ouders/jeugdige in staat zijn een PGB te beheren;
c. De hulp die wordt ingekocht van goede kwaliteit is.
Een PGB kan ingezet worden voor informele hulp oftewel ondersteuning door het sociaal netwerk, onder de volgende voorwaarden:
a. tot het sociale netwerk worden personen gerekend uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt, zoals familieleden, buren, vrienden, kennissen etc.
b. er is een langdurige, omvangrijke en frequente ondersteuningsvraag.
c. PGB leidt tot een betere en effectievere ondersteuning die aantoonbaar doelmatig is;
d. de motivatie hiervoor wordt onderbouwd in het budgetplan;
e. PGB wordt niet ingezet voor behandeling;
f. als volgens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is moet de persoon uit het netwerk die kwalificatie hebben.
g. de persoon uit het netwerk heeft aangegeven dat de zorg voor hem niet tot overbelasting leidt
Voor de hulpvormen persoonlijke verzorging, begeleiding individueel en begeleiding groep en kortdurend verblijf/logeren hanteert het college maximum PGB-tarieven. De tarieven zijn gebaseerd op de AWBZ-tarieven 2014, die jaarlijks worden geïndexeerd. Voor de overige jeugdhulpvormen gelden specialistische maatwerktarieven.
Het college hanteert gedifferentieerde tarieven bij de toekenning van PGB's en maakt daarbij onderscheid tussen formele hulp en informele hulp:
a. Formele hulp geleverd door een zorgorganisatie met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT): maximum (100 %) PGB-tarief.
b. Formele hulp geleverd door een zzp'er of zorgorganisatie die een lagere cao hanteert: 85 % van het maximum PGB-tarief.
c. informele hulp geleverd door het sociale netwerk: 50 % van het maximum PGB-tarief, met een maximum van € 20 per uur bij begeleiding/persoonlijke verzorging/dagbesteding en maximaal € 30 per etmaal bij kortdurend verblijf.
Het gehanteerde tarief kan naar beneden bijgesteld worden als op basis van het door de jeugdige en/of zijn ouders ingediende budgetplan passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht. Het minimum tarief voor informele hulp wordt vastgesteld op het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek.
Indien het op basis van lid 4 vastgestelde PGB in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen jeugdhulp te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één jeugdhulpaanbieder kan worden ingekocht.
Om de hoogte van het PGB te bepalen, stelt het colelge de omvang van de individuele begeleiding en persoonlijke verzorging vast in uren maar kent deze toe in klassen. De dagbesteding wordt toegekend in dagdelen en het kortdurend verblijf in etmalen. Bij overige jeugdhulpvormen wordt de omvang gebaseerd op een eenheid passend bij de jeugdhulpvorm.
Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een PGB wordt vastgesteld.