Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: Bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening; Bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; College: het college van burgemeester en wethouders; Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; Openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; Parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; Voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; Weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel