Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 13

Intrekken vergunning

Onderdeel van Standplaatsenbeleid Bladel 2019

Standplaatshouder kan het college verzoeken de standplaatsvergunning in te trekken. Bij het intrekken van een vergunning moet minimaal 1 maand opzegtermijn in acht worden genomen. De standplaatshouder moet daarom minimaal 1 maand voor het feitelijk niet meer innemen van de standplaats het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. Het college kan de standplaatsvergunning in aanvulling op artikel 1:6 APV intrekken vanwege het opheffen van de standplaatslocatie vanwege herinrichting van het geografische gebied waarbinnen de standplaatslocatie zich bevindt. Op het moment dat het college het voornemen tot intrekken van de vergunning op basis van het tweede lid kenbaar maakt aan standplaatshouder, treedt het college in overleg met standplaatshouder voor een alternatieve standplaatslocatie. Tenzij dit in de vergunning voor het innemen van een standplaats op de alternatieve locatie als expliciete voorwaarde is opgenomen, heeft standplaatshouder geen terugkeergarantie naar de oude standplaatslocatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel