Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3

Artikel 18

Innemen standplaats

Onderdeel van Standplaatsenbeleid Bladel 2019

De standplaatsinrichting mag een frontbreedte van maximaal 10 meter hebben en een diepte van maximaal 3 meter. Er mag geen terras worden ingericht op de standplaats. Maximaal 2 statafels mogen tot de standplaatsinrichting behoren. De standplaatsinrichting mag maximaal een uur voor aanvang van het tijdstip, waarop volgens de vergunning gestart mag worden met de activiteiten, worden geplaatst. Maximaal een uur na afloop van het tijdstip, waarop volgens de vergunning gestopt moet worden met de activiteiten, moet de standplaatsinrichting zijn verwijderd. Standplaatshouder is verplicht zijn standplaats voor zonsopgang en vanaf zonsondergang voorzien te hebben van een verlichting, welke geen hinder toebrengt aan omwonenden en waarmee de uitgestalde goederen helder verlicht zijn. De standplaats mag niet worden ingenomen op feestdagen. Het college heeft het recht om tijdelijk een andere plaats toe te wijzigen in geval van bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden of evenementen. De standplaats moet zo worden ingericht dat zo min mogelijk parkeergelegenheid verloren gaat. Het is niet toegestaan wagens te parkeren op de plaats waarop deze standplaatsvergunning betrekking heeft, tenzij onlosmakelijk verbonden met het innemen van de standplaats. De standplaats moet zo worden ingenomen dat geen overlast wordt veroorzaakt en dat de verkeersvrijheid en -veiligheid niet in het gedrang komen. Er mag geen gebruik worden gemaakt van luidsprekers en versterkers. Standplaatshouder is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt. Voor het inzamelen van afval moeten voldoende voorzieningen worden getroffen. Bij het ontruimen moet de standplaatshouder zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon opleveren. Afvalwater mag alleen worden afgevoerd via een rioolput in de omgeving van de ingenomen standplaats.

Rechtspraak bij dit artikel