Naar hoofdinhoud

Paragraaf 7

Artikel 7.7

Plaatsen in de nieuwe organisatie

Onderdeel van Sociaal Beleidskader Den Haag 2015 -2018

1.. Het diensthoofd spant zich in om de ambtenaar wiens functie is opgeheven en de ambtenaar die vanwege toepassing van artikel 7.4 of 7.5 zijn functie gedeeltelijk of geheel niet meer vervult, te plaatsen in de nieuwe organisatie op basis van beschikbaarheid van vacante functies en geschiktheid voor de functie. 2.. Ambtenaren die zijn aangesteld in tijdelijke dienst anders dan bij wijze van proef of als trainee, komen bij geschiktheid voor een vacante functie voor plaatsing in aanmerking, nadat de vacante functies op geschiktheid zijn beoordeeld voor ambtenaren die zijn aangesteld in vaste dienst of in tijdelijke dienst bij wijze van proef of als trainee. 3.. Vacante functies in de nieuwe organisatie kunnen pas voor vervulling door niet bij de reorganisatie betrokken ambtenaren en anderen worden opengesteld nadat de plaatsingsprocedure, bedoeld in deze paragraaf, is afgerond. 4.. Het diensthoofd kan de ambtenaar die een uitwisselbare functie blijft vervullen in de nieuwe organisatie gedurende de plaatsingsprocedure in de gelegenheid stellen om belangstelling kenbaar te maken voor een andere, vacante functie in de nieuwe organisatie. 5.. Als er voor een vacante functie in de nieuwe organisatie meerdere geschikte kandidaten als bedoeld in dit artikel zijn, kan het diensthoofd de naar zijn oordeel meeste geschikte kandidaat plaatsen, met dien verstande dat ambtenaren als bedoeld in het eerste lid in dat geval voorrang hebben boven ambtenaren als bedoeld in het vierde lid. 6.. Het diensthoofd wijst de ambtenaar die met toepassing van dit artikel wordt geplaatst in de nieuwe organisatie op artikel 8.2, eerste lid, onder b. 7.. Als een ambtenaar met toepassing van dit artikel wordt geplaatst in een functie die ressorteert onder een ander diensthoofd, leggen de betrokken diensthoofden voorafgaand vast onder welk diensthoofd de ambtenaar komt te ressorteren als de situatie, bedoeld in artikel 8.2, eerste lid, onder b, zich voordoet. 8.. Het diensthoofd draagt zorg voor begeleiding van de ambtenaar die met toepassing van dit artikel is geplaatst in een functie in de nieuwe organisatie. Toelichting Medewerkers van wie de functie is opgeheven of die als gevolg van toepassing van het afspiegelingsbeginsel of van selectie op geschiktheid niet zijn geplaatst, komen gedurende het plaatsingsproces in aanmerking voor plaatsing in een andere, nog vacante functie in de nieuwe organisatie indien mogelijk. De mogelijkheid van plaatsing wordt beoordeeld aan de hand van eventuele geschiktheid voor een functie zoals gedefinieerd in de begripsbepalingen. Medewerkers in die zijn aangesteld in vaste dienst of in tijdelijke dienst bij wijze van proef of als trainee komen op de eerste plaats in aanmerking voor plaatsing in een geschikte functie. Als er dan formatieruimte resteert, wordt toegekomen aan de overige medewerkers die zijn aangesteld in tijdelijke dienst. In deze fase van de plaatsingsprocedure komen medewerkers buiten het bereik van de reorganisatie niet in aanmerking voor plaatsing op deze vacante functies. Medewerkers die al zijn geplaatst op basis van “mens volgt functie”, kan de mogelijkheid worden geboden om te opteren voor een andere, nog vacante functie in de nieuwe organisatie. Zij komen pas voor selectie in aanmerking nadat is gebleken dat geen van de medewerkers die hun functie hebben verloren, geplaatst kunnen worden in de desbetreffende functie. Dit ter waarborging van de vooruitzichten voor diegenen die onvrijwillig functieloos zijn.Op plaatsing in een andere functie is artikel 2:1B van de ARG van toepassing. Reguliere aanspraken bij overplaatsing, zoals vervat in de ARG en andere gemeentelijke regelingen, zijn vanzelfsprekend geldend en worden hier niet herhaald. Er bestaat de mogelijkheid dat een plaatsing niet slaagt. In dat geval kan binnen een jaar de ambtenaar van de functie worden gehaald en als boventallig worden aangemerkt. Als het een plaatsing betrof bij een ander dienstonderdeel, dient te worden besloten onder welk gezag de ambtenaar valt: het oorspronkelijke diensthoofd of het diensthoofd bij wie de plaatsing niet is geslaagd. Om deze reden is hier voorgeschreven dat daarover afspraken worden gemaakt. Als dat niet is gebeurd, is het oorspronkelijke diensthoofd weer verantwoordelijk en bevoegd. Voldoende begeleiding van medewerkers die een andere functie gaan vervullen, is noodzakelijk in het kader van goed personeelsbeleid. Gedacht kan worden aan een inwerkplan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel