In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
handhaving: een stelsel van preventieve en repressieve maatregelen, gericht op het voorkomen, ontmoedigen en bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik van een uitkering of inkomensvoorziening.
fraude: het verstrekken van onjuiste en/ of onvolledige gegevens dan wel het verzwijgen of niet (tijdig) verstrekken van, voor de bepaling van het recht op uitkering en de duur en de hoogte van de uitkering, relevante gegevens, met als gevolg dat de uitkering geheel of gedeeltelijk ten onrechte wordt verstrekt. Veel voorkomende gevallen van fraude zijn het niet melden van betaald werk naast de uitkering, verandering in de leefsituatie of aanwas van vermogen. Vergissingen en slordigheden van de klant kunnen hier ook onder vallen, afhankelijk van de mate van verwijdbaarheid.
misbruik: het verwijtbaar ontvangen van een uitkering in strijd met de wettelijke voorschriften.
oneigenlijk gebruik: het ontvangen van een uitkering volgens de regels van de wet, maar in strijd met de bedoeling van de wet zoals die bij de totstandkoming van de wet bestond.
benadelingsbedrag: het bedrag dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
inlichtingenplicht: de plicht zoals bedoeld in de wet, of de verplichtingen bedoeld in artikel 30c tweede en derde lid, Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
aangiftegrens: de grens als bedoeld in de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude.
Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Algemene Wet bestuursrecht en de Gemeentewet.
Artikel 1.
Begrippen
Onderdeel van Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ Het Hogeland 2019