Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 3.

Het opleggen van een tegenprestatie

Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet Het Hogeland 2019

Het college legt geen tegenprestatie op als de belanghebbende mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is. de belanghebbende aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie als bedoeld in deze verordening. de belanghebbende een korte of een middellange afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: de tegenprestatie kan naar vermogen worden verricht door een belanghebbende; de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende; de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende; of de belanghebbende al maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk verricht; of belanghebbende een re-integratietraject of zorgtraject volgt.

Rechtspraak bij dit artikel