Naar hoofdinhoud
1.. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder melding aan het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2.. De burgemeester kan binnen zeven dagen na ontvangst van de melding voor het betreden van een plantsoen, als bedoeld in het eerste lid, besluiten dit te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 3.. Het bevoegd gezag kan nadere algemene voorschriften stellen voor het betreden van plantsoenen e.d. 4.. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel