**1..** Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te vellen of te doen vellen.
**2..** Het verbod en de vergunningplicht op grond van het eerste lid geldt niet indien voldaan wordt aan op grond van het vierde en vijfde lid van dit artikel te stellen nadere regels.
**3..** In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.
**4..** Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften.
**5..** Het college kan met betrekking tot het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen ten aanzien van de volgende belangen:
het voorkomen van schade aan openbare plaatsen, de weg, openbaar water en vaarwegen;
het voorkomen van gevaar voor de bruikbaarheid en het doelmatig en veilig gebruik van openbare plaatsen, de weg, openbaar water en vaarwegen;
het voorkomen van belemmering en bevorderen van het doelmatig beheer en onderhoud van openbare plaatsen, de weg, openbaar water en vaarwegen;
redelijke eisen van welstand en het uiterlijk aanzien van de gemeente;
de openbare orde of de woon- en leefomgeving.
**6..** Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf
Artikel 4:11