Naar hoofdinhoud
1.. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. 2.. Het bestuursorgaan verleent inspraak met betrekking tot een beleidsvoornemen. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing; 3.. Geen inspraak wordt verleend, als het beleidsvoornemen: bij of krachtens wettelijk voorschrift van inspraak is uitgesloten, of al bij of krachtens wettelijk voorschrift in een openbare voorbereidingsprocedure is voorzien; is gebaseerd op hogere wet- en regelgeving die het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid biedt; betrekking heeft op de begroting, de rekening, de tarieven voor gemeentelijke dienstverleningen belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet. 4.. Het bestuursorgaan kan besluiten van inspraak af te zien als: de insprekers al op een andere manier in een vroeg stadium bij de voorbereiding van het beleidsvoornemen zijn betrokken en voldoende aannemelijk is dat het bestuursorgaan daardoor alle relevante belangen bij zijn afweging heeft kunnen betrekken; het beleidsvoornemen rechtstreeks voortvloeit uit een beleidsvoornemen waarover al inspraak heeft plaatsgevonden; het beleidsvoornemen van ondergeschikte betekenis is dan wel uitsluitend of hoofdzakelijk om juridisch-technische dan wel redactionele redenen plaatsvindt; het beleidsvoornemen uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; het belang van de inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving; het beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat de uitkomst van de inspraak niet kan worden afgewacht.

Rechtspraak bij dit artikel