De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de ambtelijk secretaris namens de voorzitter:
artikel 2:1, tweede lid;
artikel 6:6;
artikel 6:15;
artikel 6:17;
artikel 7:4, tweede en zesde lid;
artikel 7:5;
artikel 7:6, vierde lid;
artikel 7:10.
Artikel 5