**1..** Een cliënt vanaf 18 jaar is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang hij van deze voorziening in natura gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.
**2..** De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1 tweede lid van het uitvoeringsbesluit dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4 derde lid van de wet of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
**3..** In afwijking van het eerste lid en in aanvulling op hoofdstuk 3 van het uitvoeringsbesluit, is de bijdrage in de kosten niet verschuldigd voor een:
maatwerkvoorziening in de vorm van een CVV.
maatwerkvoorziening die in één van de drie voormalige gemeenten verstrekt is zonder dat er een bijdrage in de kosten verschuldigd is, totdat de einddatum van de indicatie is bereikt of dat de voorziening aan vervanging toe is.
financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de (eigen) auto en/of (rolstoel)taxi.
financiële tegemoetkoming voor ondersteuning gericht op verhuizen.
**4..** Voor een cliënt tot 18 jaar wordt geen bijdrage in de kosten gehanteerd voor een maatwerk-voorziening, met uitzondering van een woningaanpassing.
**5..** Als een maatwerkvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een cliënt die minderjarig is, zoals bedoeld in het derde lid, is de bijdrage in de kosten verschuldigd door:
de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen.
degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over de client.
**6..** Vaststelling en inning van de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening zelfredzaamheid en participatie vindt plaats door het CAK, conform de door de gemeente afgegeven parameters (die zijn opgenomen in het tweede tot en met vijfde lid) en de kostprijs van de betreffende maatwerkvoorzieningen, zoals bepaald in artikel 27 van deze verordening.
**7..** Bij toepassing van het zesde lid wordt per kalenderjaar uitgegaan van twaalf perioden van vier weken en een periode die, afhankelijk van de resterende dagen, vier of vijf weken bedraagt.
Hoofdstuk 5:
Artikel 26.