Bij het vaststellen van de hoogte van een woonvoorziening wordt rekening gehouden met de volgende kostensoorten:
De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening;
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 3% van de aanneemsom met een minimumbedrag van € 500,00;
De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden, waarbij de in bijlage 6 genoemde maximale normen gelden;
De door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden;
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
De kosten van (her)aansluiting op een openbare nutsvoorziening;
De administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de ondersteuningsbehoevende, voor zover de kosten onder a. tot en met i. meer dan € 1.000,- bedragen, 10% van die kosten met een maximum van €350,00.
Hoofdstuk 3.
Artikel 11:
KOSTENSOORTEN WOONVOORZIENINGEN
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2019 – versie 1