Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 10:

WOONVOORZIENINGEN

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2019 – versie 1

De kosten van de woonaanpassing en/of roerende woonvoorziening worden door het college vastgesteld op basis van de gemaximeerde normbedragen zoals weergegeven in bijlage 6 van dit besluit. De financiële tegemoetkoming voor een woningaanpassing en/of een roerende woonvoorziening wordt uitbetaald aan de hoofdbewoner van een woning in eigendom of aan de eigenaar van de woning waaraan de voorzieningen zijn getroffen. Indien de kosten van de woonaanpassing en/of roerende woonvoorziening meer bedragen dan €20.000 of indien toepassing van de normbedragen, genoemd in lid 1 van dit artikel, niet mogelijk is, wordt de hoogte hiervan, in afwijking van het in lid 1 van dit artikel gestelde, door het college vastgesteld op 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening, vast te stellen op basis van een offerte. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt uitgevoerd, dan bedraagt de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget 75% van de in bijlage 6 van dit besluit genoemde bedragen of de in lid 3 van dit artikel bedoelde goedkoopst compenserende offerte. Woningvoorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kunnen worden meegenomen, worden niet door het college verstrekt. De gereedmelding van de woonvoorziening is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de voorziening. Na akkoord door het college zal binnen 30 kalenderdagen uitbetaling plaatsvinden. De gereedmelding bedoeld in het zesde lid wordt tevens gezien als de verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de woonvoorziening is verleend. Degene aan wie de woonvoorziening wordt verleend dient, voor zover gereedmelding en uitbetaling nog niet heeft plaatsgevonden, alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden. Voor het geschikt maken van de woning bedraagt de financiële bovengrens voor woonvoorzieningen en -aanpassingen € 45.000,-. Ten aanzien van woningaanpassingen geldt het niveau Sociale Woningbouw zoals opgenomen in bijlage 6 van dit besluit. De afschrijvingstermijnen van voorzieningen worden gehanteerd, zoals weergegeven in bijlage 6 van dit besluit of middels een beoordelingsrapportage van een bouwkundige. Het college kan, nadat de kosten van de woningaanpassing en/of roerende woonvoorziening is/zijn vastgesteld op basis van het bepaalde in lid 1 of 3 van dit artikel en uitbetaald zijn op basis van lid 6 van dit artikel, en indien het eigendomsrecht van de woning waarin de woningaanpassing en/of roerende woonvoorziening is/zijn gerealiseerd bij woningcorporatie Maasvallei of Servatius of Woonpunt ligt, aanvullende betalingen aan de betreffende woningcorporatie verrichten ten behoeve van deze woningaanpassing en/of roerende woonvoorziening. Het college kan hiertoe nadere regels vaststellen. Een aanvullende betaling al dan niet op basis van het bepaalde in deze nadere regels leidt niet tot een herziene beschikking jegens de cliënt en niet tot een verhoogde kostprijs ten behoeve van de bijdrage in de kosten van de woningaanpassing en/of roerende woonvoorziening zoals bepaald in artikel 17 van de Verordening.

Rechtspraak bij dit artikel