Giften met een eenmalig karakter worden per jaar vrijgelaten, voor zover de giften niet meer bedragen dan de vrijstellingen op grond van artikel 33, eerste lid, onder 7 van de Successiewet 1956 (bedrag € 2.122 per 1 januari 2017). Het in de Successiewet genoemde bedrag geldt voor de uitvoering van deze beleidsregels ook voor gehuwden c.q. samenwoners.