Naar hoofdinhoud
Tot de omstandigheden in artikel 36, lid 1 van de Participatiewet wordt in ieder geval gerekend: De krachten en bekwaamheden van de persoon:Als de persoon met zijn krachten en bekwaamheden geen zicht heeft op inkomensverbetering, is er recht op een individuele inkomenstoeslag.Wanneer de belanghebbende gedurende 36 maanden voor de peildatum een inkomen heeft ontvangen dat gemiddeld lager is dan 120% van de bijstandsnorm, wordt de belanghebbende geacht met zijn krachten en bekwaamheden geen zicht op inkomensverbetering te hebben. De inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen: In onderstaande gevallen hoeft géén onderzoek naar de inspanning verricht te worden: Een persoon met algemene bijstand op grond van de Participatiewet, of een IOAW- of IOAZ- uitkering, als aan hem gedurende 36 maanden voor de peildatum geen maatregel opgelegd is wegens schending van de arbeids- en/of re-integratieverplichtingen; Personen met een WIA-, WAZ- of Wajong-uitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80 – 100%. Inspanningen van de partner hoeven in deze situatie niet onderzocht te worden en blijven buiten beschouwing; Bij personen die aantoonbare medische- en/of sociale beperkingen hebben, of die om andere redenen geen arbeidsperspectief hebben. Deze informatie dient vastgelegd te zijn door derden in een rapportage, dan wel door een consulent van de gemeente Altena; Bij een persoon met algemene bijstand op grond van de Participatiewet, of een IOAW- of IOAZ-uitkering, aan wie in 36 maanden voor de peildatum een maatregel is opgelegd wegens schending van de arbeids- en/of re-integratieverplichtingen, moet onderzocht worden of er ondanks deze maatregel voldoende inspanningen zijn verricht om tot inkomensverbetering te komen. Bij personen die in de referteperiode zakgeld van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers hebben ontvangen, hoeft over de periode waarin de belanghebbende in het AZC verbleef geen onderzoek ingesteld te worden naar de inspanningen om tot inkomensverbetering te komen. In de gevallen die niet genoemd zijn in lid 2 sub a tot en met c van dit artikel, moet onderzocht worden of er voldoende inspanningen zijn verricht om tot inkomensverbetering te komen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel