Naar hoofdinhoud
1.. Indien mogelijk dient de belanghebbende de vordering in één keer af te lossen. 2.. Indien aflossing in één keer niet mogelijk is, vindt de aflossing van de vordering in maandelijkse termijnen plaats. Uitgangspunt voor de berekening van de hoogte van de maandelijkse aflossing is een betaling van 10% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3.. Op grond van bijzondere individuele omstandigheden kan de hoogte van het maandelijks te betalen bedrag op verzoek van belanghebbende afwijkend van lid 1 en lid 2 worden vastgesteld. 4.. Het aflossingsbedrag zoals medegedeeld in de terugvorderingsbeschikking geldt als opgelegde betalingsverplichting. 5.. Voor zover een overeengekomen betalingsverplichting stipt en correct wordt nagekomen, wordt het aflossingsbedrag niet meer gewijzigd, tenzij het college bij de oplegging van de betalingsverplichting anders heeft bepaald. 6.. De betalingstermijn als bedoeld in artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht, eindigt op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van het terugvorderingsbesluit waarbij de minimale betalingstermijn 6 weken bedraagt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel