De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon een verbod opleggen zich op te houden in een in dat verbod aangewezen gebied gedurende het tijdvak en/of tijdstippen daarin genoemd.
Het verbod geldt gedurende een tijdvak van ten hoogste 12 weken.
De burgemeester kan aan het verbod nadere voorwaarden verbinden en het verbod beperken indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf
Artikel 2:78
Gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2021 gemeente Súdwest-Fryslân