Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Reis- en verblijfkosten bij dienstreizen

Onderdeel van Regeling reis- en verblijfkostenvergoeding Wassenaar

1.. Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten geldt dat de plaats van tewerkstelling het begin- en het eindpunt is van de dienstreis. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de woning van de medewerker of een andere plaats als beginpunt respectievelijk eindpunt van de dienstreis worden aangemerkt, tenzij op de heenreis en/of de terugreis de plaats van tewerkstelling wordt bezocht. 3.. Reiskosten per openbaar vervoer worden overeenkomstig artikel 3:21 van de CAR-UWO volledig vergoed op basis van tweede klasse tarief. 4.. Indien gebruik gemaakt wordt van een eigen vervoermiddel wordt een vergoeding per afgelegde kilometer verleend overeenkomstig artikel 2 van de Reisregeling binnenland, waarvan een deel onbelast. 5.. Naast de overeenkomstig het vierde lid berekende vergoeding worden ook de door de medewerker gemaakte kosten voor gebruik van een parkeerplaats, fietsenstalling en brug- en veerdiensten vergoed. 6.. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid bestaat bij een dienstreis tussen de gemeenten Voorschoten en Wassenaar met een eigen vervoermiddel aanspraak op een reiskostenvergoeding van € 1,75 per retour. Bij een dienstreis tussen de vestigingen van de werkgever binnen een gemeente bestaat geen aanspraak op reiskostenvergoeding. De in verband met een dienstreis noodzakelijk gemaakte verblijfkosten voor ontbijt, lunch, avondmaaltijd, logies en kleine uitgaven (overdag of ’s avonds) worden vergoed overeenkomstig artikel 5 van de Reisregeling binnenland. 7.. De aanspraak op de in het vorige lid vermelde vergoeding bestaat slechts indien voor het verkrijgen van de respectievelijke verstrekking aantoonbaar kosten zijn gemaakt. 8.. Bij een dienstreis tussen of binnen de gemeenten Voorschoten en Wassenaar bestaat geen aanspraak op vergoeding wegens verblijfkosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel