Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Aanklager: de persoon, niet zijnde een politiek ambtsdrager van de gemeente, die werkzaam is of werkzaam is geweest bij de gemeente en een klacht over ongewenst gedrag indient. Behalve de eigen medewerkers kunnen ook uitzendkrachten, detacheringskrachten, stagiairs en andere personen die werkzaamheden verrichten of hebben verricht ten behoeve van de gemeente een klacht indienen wegens ongewenst gedrag.
Aangeklaagde: een persoon, niet zijnde een politiek ambtsdrager van de gemeente, die werkzaam is of is geweest in deze organisatie en over wiens gedrag geklaagd wordt.
Adviseur: een persoon die door zijn functie een geheimhoudingsplicht heeft en die door een medewerker in vertrouwen wordt geraadpleegd over een vermoeden van een misstand.
Afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders: de afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a, tweede lid, van de Wet Huis voor klokkenluiders;
Afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders: de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, bedoeld in artikel 3a, derde lid, van de Wet Huis voor klokkenluiders.
Ambtseed of belofte: een plechtige verklaring dat men de waarheid spreekt of zal spreken en/of iets belooft te doen.
CAR-UWO: CAR-UWO gemeente Wassenaar.
Discriminatie: ongewenst gedrag op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, seksuele geaardheid of welke grond dan ook, dat van zodanige aard is, dat de waardigheid en/of lichamelijke integriteit van een medewerker wordt aangetast of zo wordt ervaren door de medewerker die er persoonlijk mee wordt geconfronteerd.
Externe instantie: de instantie die naar het oordeel van de melder het meest in aanmerking komt om de externe melding van het vermoeden van een misstand te onderzoeken.
Financiële belangen: onder financieel belang wordt in ieder geval verstaan het bezit van effecten, vorderingsrechten, onroerend goed, bouwgrond en een financiële deelneming in ondernemingen. De werkgever is bevoegd andere financiële belangen aan te wijzen, die betrekking hebben op deze bijlage.
Gemeente: gemeente Wassenaar.
Integriteit: de mate waarin medewerkers zich in contacten oprecht, onkreukbaar en rechtschapen gedragen. Tevens mag de gemeente nooit in diskrediet worden gebracht en mag de betreffende medewerker geen verplichtingen aangaan ten opzichte van een burger, organisatie of instelling anders dan in puur functionele zin.
Klacht: een door de aanklager ondertekend en van naam- en adresgegevens voorzien geschrift waarin het jegens hem ongewenste gedrag waarop de klacht betrekking heeft, is omschreven.
Klachtencommissie: de Landelijke Klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid die met ingang van 1 januari 2007 is ingesteld.
Medewerker: de werknemer met een aanstelling bij de gemeente Wassenaar op grond van artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR-UWO. Deze valt onder de begripsbepaling zoals opgenomen in artikel 1, onderdeel h, van de Wet Huis voor klokkenluiders.
Melder: de medewerker die een vermoeden van een misstand heeft gemeld op grond van deze regeling.
Melding: de melding van een vermoeden van een misstand door de melder op grond van deze regeling.
Nevenwerkzaamheden: alle werkzaamheden die, betaald of onbetaald, binnen of buiten de gemeente worden verricht door de medewerker en die de belangen van de organisatie kunnen raken.
Niet-integer handelen: handelen in strijd met
deze regeling;
het wettelijk kader.
Onderzoeker(s): de persoon of personen aan wie de werkgeverscommissie het onderzoek naar de misstand opdraagt.
Ongewenst gedrag: discriminatie, (seksuele) intimidatie, agressie, geweld en pesten of andere gedragingen en uitingen die door de medewerker als ongewenst worden ervaren
Pesterij, agressie en geweld: voorvallen waarbij een medewerker psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van de arbeid of zo wordt ervaren door de medewerker die er persoonlijk mee wordt geconfronteerd.
Seksuele intimidatie: seksueel getinte aandacht binnen of in verband met de werksituatie, wat tot uiting komt in verbaal, fysiek of ander non-verbaal gedrag, dat ongewenst is of zo wordt ervaren door de medewerker die er persoonlijk mee wordt geconfronteerd.
Vermoeden van een misstand: het vermoeden van een medewerker, dat binnen de organisatie waarin hij werkt of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen, sprake is van een misstand voor zover:
het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de werknemer bij zijn werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de medewerker heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en
het maatschappelijk belang in het geding is bij:
de (dreigende) schending van een wettelijk voorschrift, waaronder een (dreigend) strafbaar feit,
een (dreigend) gevaar voor de volksgezondheid,
een (dreigend) gevaar voor de veiligheid van personen,
een (dreigend) gevaar voor de aantasting van het milieu,
een (dreigend) gevaar voor het goed functioneren van de organisatie als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten.
Vertrouwelijke informatie: met vertrouwelijke gegevens wordt vertrouwelijk omgegaan. Zowel medewerkers onderling als de inwoners en andere personen of instanties waarmee de gemeente contacten onderhoudt, moeten daarop kunnen vertrouwen. Een medewerker gaat daarom zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Bij zijn aanstelling tekent hij in dit kader ook een geheimhoudingsverklaring.
Vertrouwenspersoon: persoon die is aangewezen om als vertrouwenspersoon voor de gemeente te fungeren. De vertrouwenspersoon treedt op als aanspreekpunt voor medewerkers die geconfronteerd worden of zijn met ongewenst gedrag of een melding doen in verband met de bijlage ‘Melding vermoeden misstanden’ en ondersteunt en begeleidt hen.
Werkgever: de werkgeverscommissie Wassenaar, welke handelt zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Wet Huis voor klokkenluiders.