**1.** De vergunning bedoeld in artikel 3, eerste lid van deze verordening kan worden geweigerd in het belang van:
a. de openbare orde;
b. het voorkomen of beperken van overlast;
c. het voorkomen of beperken van de aantasting van het woon- en leefklimaat;
d. het aanzien van de gemeente;
e. de veiligheid van personen of goederen;
f. de volksgezondheid;
g. milieuhygiene;
h. het verkeer of de veiligheid op het water;
i. efficiente verdeling van ligplaatsen.
**2.** De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd indien:
a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door een of meer belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;
c. de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden of zijn nagekomen;
d. van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
e. de houder of zijn rechtsverkrijgende dit verzoekt.
**3.** Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een op grond van deze verordening verleende vergunning, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning is vereist.
**4.** De houder van een vergunning is verplicht om bij het gebruik van de vergunning de aan die vergunning verbonden beperkingen en voorschriften in acht te nemen.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Vergunningen en ontheffingen
Onderdeel van Beheersverordening Lingehaven gemeente Gorinchem 2011