De hulp bij schulden wordt beëindigd als:
er niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 2 lid 1 van deze beleidsregels;
de hulpverlening succesvol is afgerond;
de cliënt zijn beschikbare afloscapaciteit of vermogen niet wil gebruiken voor de aflossing van de schulden;
de cliënt zich ten opzichte van medewerkers, belast met de werkzaamheden die voortkomen uit het verzoek, schuldhulpverlening misdraagt;
de cliënt zich niet aan afspraken houdt terwijl die nakoming wel in redelijkheid mocht worden verwacht, overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 3 van deze beleidsregels;
de cliënt zonder uitdrukkelijke toestemming nieuwe schulden is aangegaan of
de cliënt is toegelaten tot de Wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) uit hoofde van de Faillissementswet.
Van de beëindiging ontvangt de cliënt een beschikking.