Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10.

Uitzettingen en garanties

Onderdeel van Treasurystatuut Olst-Wijhe 2019

1.. Door de invoering van het verplicht schatkistbankieren, mogen overtollige liquide middelen (boven het drempelbedrag) alleen in rekening courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. Wel is het mogelijk om gebruik te maken van uitzonderingen zolang we binnen de richtlijnen en grensbedragen van de wet fido blijven. 2.. Het drempelbedrag is gelijk aan 0,75% van het jaarlijkse begrotingstotaal. Het minimumbedrag is € 250.000. 3.. De volgende algemene uitgangspunten gelden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden: de te financieren activiteit waarvoor een gemeentelening of gemeentegarantie wordt aangevraagd moet passen in het gemeentelijk beleid en dient ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders van voldoende openbaar belang te zijn; er dient vastgesteld te zijn dat het project zonder gemeentelening of gemeentegarantie niet of niet exploitabel tot stand komt; indien er landelijk opererende instellingen of andere overheidsinstanties zijn die bereid zijn onder overzienbare en aanvaardbare voorwaarden garanties of leningen te verstrekken dan garandeert of leent de gemeente niet of slechts gedeeltelijk; het risico voor de gemeente dient overzienbaar en aanvaardbaar te zijn en zoveel mogelijk te worden beperkt; een gemeentelening of gemeentegarantie moet passen binnen de hiervoor geldende nationale en internationale kaders, waaronder de wet fido en de bepalingen die van toepassing zijn op staatssteun.

Rechtspraak bij dit artikel