Naar hoofdinhoud
1.. Een raadslid maakt in eerste aanleg een eigen afweging rond mogelijke belangenverstrengeling. Een raadslid is transparant over een mogelijk eigen belang bij de behandeling van een onderwerp in de commissie, rondetafelgesprek en raad of bij het gebruik van een raadsinstrument, in het bijzonder als er sprake is van eventuele vastgoedposities. Bij twijfel wordt het raadslid in de gelegenheid gesteld zijn afwegingen zelf publiek te maken. 2.. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een raadslid over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft een raadslid voorafgaand aan de beraadslagingen aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat, inclusief de motivering waarom hij of zij wel of niet aan de beraadslagingen deelneemt. 3.. Een raadslid neemt van een aanbieder van producten of diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van die aanbieder kan beïnvloeden.

Rechtspraak bij dit artikel