**1..** Een interpellatie kan worden aangevraagd over een onderwerp inzake het bestuurlijk doen of laten handelen van het college of van één of meer collegeleden, als bedoeld in de artikelen 169 en 180 van de Gemeentewet, voor zover dit onderwerp niet op de agenda vermeldt staat.
**2..** Een interpellatie wordt uiterlijk 48 uur voorafgaand aan het tijdstip van aanvang van de raadsvergadering schriftelijke aangevraagd bij de voorzitter, tenzij het spoedeisende karakter zich tegen deze termijn verzet.
**3..** De aanvraag gaat vergezeld van de te stellen vragen alsmede een korte toelichting dan wel motivering.
**4..** Het collegelid tot wie de interpellatie zich in eerste instantie richt wordt terstond in kennis gesteld, alsmede alle raadsleden en overige collegeleden zo spoedig mogelijk daaropvolgend.
**5..** Indien de raad instemt met het verzoek, stelt hij tevens het moment vast waarop de interpellatie zal worden gehouden.
**6..** De interpellant krijgt van de voorzitter de gelegenheid tot het stellen van de reeds schriftelijk ingediende vragen en kan deze vragen zo nodig verduidelijken of motiveren. De interpellant wordt niet geïnterrumpeerd.
**7..** Na het stellen van de vragen krijgt het collegelid of collegeleden tot wie de vragen zich richt gelegenheid tot antwoord. Na de beantwoording vindt behandeling van het onderwerp op de gebruikelijke wijze als bedoeld in artikel 24 plaats.
**8..** De stemming over eventueel ingediende moties vindt plaats.
Hoofdstuk
Artikel 41