Volgens artikel 31, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging kan een particulier graf alleen geruimd worden met toestemming van de rechthebbende. Na het verstrijken van de termijn zijn er echter geen grafrecht en geen rechthebbende meer.
Een rechthebbende kan vragen om de overblijfselen van stoffelijke overschotten te doen verzamelen om deze te cremeren, dan wel bij te zetten in een ander graf op dezelfde begraafplaats of over te brengen naar een andere begraafplaats. Ook wordt de mogelijkheid gegeven om de overblijfselen in dezelfde grafruimte te doen plaatsen (het zogenaamde schudden). Het graf wordt dan extra diep uitgegraven, en de overblijfselen worden onderin geplaatst. De rechthebbende kan dan vervolgens het graf bestemmen voor andere overledenen. Op deze wijze kan het graf gedurende langere tijd in dezelfde familie blijven.
Op de beheerder rust de plicht er zorg voor te dragen dat met de menselijke resten welke bij de ruiming van een graf worden aangetroffen te allen tijde respectvol wordt omgegaan. Er dienen bovendien maatregelen te worden getroffen zodat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten worden geconfronteerd.
Feitelijk zal het zo gaan dat wanneer rechthebbenden per brief verlenging van de grafrechten wordt aangeboden, in die brief ook melding zal worden gedaan van de mogelijkheid om de stoffelijke resten of de as een andere bestemming te geven.
Hoofdstuk 8.
Artikel 23
Artikel 23
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats en gedenkpark “De Leeuwerenk”2019