**1..** De commissie ‘benoembaarheid wethouders’ heeft tot taak onderzoek te verrichten naar de benoembaarheid van een of meerdere wethouders.
**2..** De commissie bestaat uit één lid van elke in de raad vertegenwoordigde fractie. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan.
**3..** De burgemeester is adviseur van de commissie.
**4..** De kandidaat-wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat- wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar.
**5..** De commissie toetst de van de kandidaat- wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van in elk geval de volgende voorschriften:
de benoembaarheidsvereisten zoals opgenomen in de Gemeentewet;
de vereisten omtrent onverenigbare functies zoals opgenomen in de Gemeentewet;
de vereisten omtrent nevenfuncties zoals opgenomen in de Gemeentewet;
de vereisten omtrent onverenigbare of verboden handelingen zoals opgenomen in de Gemeentewet;
een Verklaring Omtrent het Gedrag;
de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente.
**6..** Bij het voornemen tot kandidaatstelling van een wethouder geeft de burgemeester opdracht om de kandidaat-wethouder aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen.
**7..** De burgemeester bespreekt, met instemming van de kandidaat wethouder, de risicoanalyse met de commissie. De risicoanalyse is niet openbaar.
**8..** De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan verslag wordt gelegd. Het verslag van de vergadering is niet openbaar.
**9..** Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een schriftelijk, beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. Het advies is openbaar.
**10..** De commissie brengt over het eindresultaat verslag aan de raad.
Hoofdstuk 2
Artikel 5.