**1..** Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de bodem te verstoren in een archeologisch monument, gebied van archeologische waarde of gebied met een archeologische verwachting.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing:
Indien voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend;
indien in het geldende bestemmingsplan gespecificeerde archeologische verwachtingen en bepalingen zijn opgenomen omtrent de archeologische monumentenzorg, die in overeenstemming zijn met het vastgestelde gemeentelijke archeologiebeleid;
bij bodemingrepen met een diepte en omvang kleiner dan de vrijstellingsdiepte als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart;
indien de bodemverstoring plaatsvindt op basis van een door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg opgestelde deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade aan archeologische waarden wordt voorkomen.
indien met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Hoofdstuk 7
Artikel 21
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Altena houdende regels omtrent erfgoed Erfgoedverordening Altena 2019