Naar hoofdinhoud
1.. Het college verzamelt alle voor het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. 2.. Als de cliënt voldoende bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de cliënt afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste lid. 3.. Het college betrekt het persoonlijk plan bij het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3 van deze verordening. 4.. De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger verschaft het college de gegevens en bescheiden die naar oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 5.. Bij het onderzoek stelt het college de identiteit van de cliënt vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel