Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Regels voor bijdragen in de kosten van een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Altena houdende regels omtrent WMO (Verordening maatschappelijke ondersteuning Altena 2019)

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een pgb zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt, tot maximaal het moment dat de kostprijs van de voorziening is betaald. 2.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen. Onder verwijzing naar artikel 2.1.4b, lid 4 van de Wet wordt dit bedrag jaarlijks aangepast. 3.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 4. . In tegenstelling tot het tweede lid is een cliënt voor de kosten van de maatwerkvoorzieningen deeltaxi en individuele vervoerskostenvoorziening een ritbijdrage verschuldigd, waarvan het college in het Uitvoeringsbesluit nadere regels stelt omtrent de hoogte. 5. . Geen bijdrage in de kosten is verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: Een financiële tegemoetkoming; Een rolstoel; Vervoerskosten van en naar de dagbesteding; Maatwerkvoorzieningen voor cliënten jonger dan 18 jaar inclusief woningaanpassingen, en; Begeleiding trede waakvlam. 6. . Een cliënt is voor verblijf in een opvang of beschermd wonen een bijdrage in de kosten verschuldigd aan de centrumgemeente Breda.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel