In de volgende gevallen als bedoeld in artikel 6.5 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht is geen verklaring van geen bedenkingen vereist:
ontwikkelingen waar de raad wat betreft de locatie al mee heeft ingestemd;
ontwikkelingen die in lijn zijn met de door de raad vastgesteld beleid;
ontwikkelingen die zich vinden binnen de bebouwde kom;
het vernieuwen, veranderen, vervangen en uitbreiden van een als zodanig aangewezen karakteristiek gebouw;
het overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen rond als zodanig aangewezen karakteristieke gebouwen;
het overschrijden van de bouwgrens rond een agrarisch bedrijf;
het hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing, het realiseren van andere activiteiten binnen agrarische bebouwing, woonbebouwing en bedrijven die niet passen binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan maar die qua ruimtelijke uitstraling daaraan gelijk te stellen zijn;
het naar aard en omvang beperkt wijzigen en/of reconstrueren van bestaande weg- en waterinfrastructuur en groenvoorzieningen met daarbij behorende kunstwerken, overige bouwwerken en andere werken;
het afwijken van een in het bestemmingsplan bepaalde bouwhoogte, goothoogte, dakhelling en oppervlakte.
als op voorhand duidelijk is dat de aanvraag om omgevingsvergunning op andere gronden dan planologisch beleid geweigerd moet worden en de aanvrager niet heeft verzocht om een omgevingsvergunning voor de onderdelen waarvoor deze niet behoeft te worden geweigerd, is geen verklaring van geen bedenkingen vereist.
Artikel 2.
Gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is
Onderdeel van Categorieën van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is Het Hogeland 2019