**1..** De raadscommissie bestaat uit maximaal 37 commissieleden, naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad.
**2..** De leden van de raad hebben, met inachtneming van het bepaalde in lid 6, qualitate qua zitting in de commissie. Zij kunnen zich in de commissie laten vervangen door burgerleden.
**3..** Burgerleden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. Per fractie kunnen maximaal 3 burgerleden worden benoemd.
**4..** De samenstelling van de vertegenwoordiging kan per vergadering en per agendapunt wisselen.
**5..** De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerleden.
**6..** De raad benoemt uit zijn midden de commissievoorzitter en twee plaatsvervangende commissievoorzitters.
**7..** De voorzitter is belast met:
het leiden van vergaderingen;
het handhaven van de orde;
het verlenen van het woord en het formuleren van de conclusies;
het doen naleven van deze verordening;
hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.
**8..** De voorzitter is geen lid van de commissie.
**9..** Het voorzitterschap rouleert volgens een vooraf vastgesteld schema.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.