1. Met inachtneming van artikel 11 en 12 kan een cliënt van 18 jaar of ouder in aanmerking komen voor individuele begeleiding indien hij als gevolg van een lichamelijke, zintuigelijke, cognitieve, verstandelijke psychiatrische beperking of een combinatie daarvan, beperkt is in zelfredzaamheid en wel zodanig dat hij niet (geheel) in staat is om zich zelfstandig of met behulp van de eigen leefomgeving te handhaven.
2. Er dient sprake te zijn van matige of zware beperkingen op het terrein van:
a. sociale redzaamheid;
b. het bewegen en verplaatsen;
c. het psychisch functioneren;
d. het geheugen en de oriëntatie;
e. of sprake te zijn van matig of zwaar probleemgedrag dat getoond wordt.
3. De ondersteuning is gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en strekt tot voorkoming van opname in een instelling of verwaarlozing van de cliënt.
4. De ondersteuningsactiviteiten kunnen bestaan uit:
a. het ondersteunen bij of oefenen met vaardigheden of handelingen;
b. het ondersteunen bij of oefenen met het aanbrengen van structuur of het voeren van regie;
c. of het overnemen van toezicht op de cliënt.
5. Het college is bevoegd hierover nadere regels te stellen.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 17
Aanvullende criteria en voorwaarden voor een maatwerkvoorziening in de vorm van individuele begeleiding
Onderdeel van VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2019