Naar hoofdinhoud
1.. Er is een contactpersoon integriteit die een aanspreekpunt vormt voor zowel algemene, als op een individuele raadsleden toegespitste integriteitskwesties. 2.. De burgemeester vervult de functie van contactpersoon als bedoeld in lid 1. 3.. De contactpersoon integriteit besteedt uiterste zorg aan de vertrouwelijke behandeling van gegevens waarvan hij kennis heeft genomen als contactpersoon integriteit. 4.. De contactpersoon integriteit heeft tot taak: het geven van informatie en advies aan een raadslid die hem raadpleegt over een vermoede of daadwerkelijke misstand, dan wel over een dilemma op het terrein van integriteit het informeren van een raadslid over de verschillende mogelijkheden die er zijn om de problemen, ontstaan in verband met een integriteitcasus, tot een oplossing te brengen; het op verzoek van een raadslid als melder van een vermoede of daadwerkelijke misstand begeleiden van deze melder bij het doorlopen van de procedure teneinde deze melding goed af te wikkelen; het op verzoek van een raadslid als melder van een vermoede of daadwerkelijke misstand al dan niet vertrouwelijk indienen van de melding; het indien nodig en mogelijk verlenen van nazorg aan een raadslid die een integriteitcasus heeft gemeld. De contactpersoon integriteit kan betrokkene verwijzen naar interne of externe deskundigen. 5.. De contactpersoon integriteit heeft een geheimhoudingsplicht en onderneemt geen activiteiten zonder toestemming van het raadslid die zich met een integriteitcasus tot de contactpersoon integriteit heeft gewend. Indien de contactpersoon integriteit echter op de hoogte wordt gebracht van misdrijven waarvoor op grond van artikel 160 en 162 Wetboek van Strafvordering een aangifteplicht bestaat, is hij ingevolge deze artikelen verplicht het misdrijf te melden. 6.. De geheimhoudingsplicht eindigt niet bij het beëindigen van de functie van contactpersoon integriteit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel