Naar hoofdinhoud
bewoner: één of meer natuurlijke personen, die particulier eigenaar of huurder zijn van een woning, de woning zelf bewoont en blijft bewonen; Gelderse Huistest: een digitale woningtest dat advies op maat geeft over woningaanpassing, thuistechnologie en veiligheid en kan worden ingevuld op www.geldersehuistest.nl; Voor de mogelijke subsidieverdeling geldt een subsidieplafond zoals is bepaald bij de vaststelling van het budget voor het betreffende subsidiejaar in de gemeentebegroting door de gemeenteraad. De behandeling van subsidieaanvragen geschiedt op basis van de volgorde van binnenkomst. Indien de in de gemeentebegroting daartoe bestemde middelen dat toelaten kan het college met inachtneming van deze regeling subsidie toekennen ten behoeve van voorzieningen in woningen gericht op de verbetering van de levensbestendigheid. Indien de in lid 1 bedoelde gelden zijn uitgeput kan het college de aanvraag om subsidie afwijzen. Subsidie voor de in artikel 4.1 bedoelde activiteiten kan worden aangevraagd voor maatregelen als bedoeld in de lijst `Maatregelenlijst Thuis in Montferland 2019` welke als bijlage is gevoegd bij deze subsidieregeling. De maatregelen mogen in zelfwerkzaamheid worden uitgevoerd maar deze kosten zijn niet subsidiabel. Subsidie voor de in artikel 4.1 bedoelde voorzieningen kan worden aangevraagd door de bewoners van de betreffende woning die in het jaar van aanvraag de leeftijd van vijftig jaar hebben bereikt. Een bewoner komt in aanmerking voor een subsidie van maximaal 33% van de genormeerde bedragen zoals vermeld in van de lijst ‘Maatregelenlijst Thuis in Montferland 2019’ tot een maximum van € 500,--, inclusief btw. Dit betreft een totaalvergoeding voor alle getroffen maatregelen. Per woning kan een maal in een aaneengesloten periode van 36 maanden een subsidieaanvraag op grond van deze regeling in behandeling worden genomen. De kostprijs van elke maatregel is gelimiteerd. De normbedragen zijn de kosten voor materiaal en arbeid, (inclusief btw.) Indien de daadwerkelijk gemaakte en betaalde kosten door de bewoner lager liggen dan het normbedrag van de lijst ‘Maatregelenlijst Thuis in Montferland 2019’ komt de bewoner in aanmerking voor een subsidie van maximaal 33% van de daadwerkelijk gemaakte kosten. Voor het aanvragen van subsidie op grond van deze regeling dient de aanvrager gebruik te maken van een aanvraagformulier subsidieregeling Thuis in Montferland 2019. Daarnaast dient de aanvrager de volgende bescheiden aan de aanvraag toe te voegen: een ingevulde Gelderse Huistest; originele facturen en betaalbewijs. Uit deze facturen en het betaalbewijs moet blijken dat de bewoner opdracht heeft gegeven en de maatregelen zijn betaald. Een aanvraag om subsidie dient uiterlijk 3 maanden na factuurdatum bij de gemeente ingediend te zijn. Voor de toepassing van deze subsidieregeling wordt verstaan onder: cultuurhistorische waarden: gemeentelijke monumenten en molens, die als beschermde monumenten zijn aangewezen. eigenaar: degene die in de kadastrale registers als eigenaar en/of zakelijk gerechtigden van een monument zijn ingeschreven. instandhoudingswerkzaamheden: een beschermingsaanpak, die erop gericht is het verval van het monument tegen te gaan en zo mogelijk schade te herstellen; hieronder vallen de maatregelen op het gebied van onderhoud, restauratie en duurzaamheidsmaatregelen = ‘duurzame instandhouding’. monumentencommissie: de commissie belast met de advisering ter zake van het beleid van het gemeentebestuur ten aanzien van cultuurhistorische waarden zoals aangegeven in de Erfgoedverordening Montferland en de Verordening op de monumentencommissie Montferland. subsidiabele kosten: lijst van subsidiabele werkzaamheden die gericht zijn op de duurzame instandhouding van cultuurhistorische waarden en waarvoor subsidie verleend kan worden. uitvoeringsvoorschriften: voorschriften die door het college worden gesteld aan de uitvoering waarvoor subsidie wordt verleend ten behoeve van duurzame instandhouding van cultuurhistorische waarden. (haalbaarheids-)onderzoek: onderzoek naar de (bouwkundige) gebreken, om inzicht te krijgen in de subsidiabele kosten van de in stand te houden cultuurhistorische waarden dat plaatsvindt voordat een instandhoudingsplan kan worden opgesteld, bestaande uit een technische omschrijving en een begroting, en dat uitgevoerd dient te worden door een deskundige en onafhankelijke instantie. monumentenglas: vensterglas met als voornaamste functie een isolerende werking, zonder de uitstraling van een monument aan te tasten. Rd-waarde: warmteweerstand van dichte constructies uitgedrukt in m2 K/W. Voor de mogelijke subsidieverdeling geldt een subsidieplafond zoals is bepaald bij de vaststelling van het budget voor het betreffende subsidiejaar in de gemeentebegroting door de gemeenteraad. De behandeling van subsidieaanvragen geschiedt op basis van de volgorde van binnenkomst in het betreffende subsidiejaar. Indien de in de gemeentebegroting daartoe bestemde middelen dat toelaten kan het college met inachtneming van deze regeling subsidie toekennen ten behoeve van de instandhouding van de in de gemeente Montferland gelegen gemeentelijke monumenten en molens. Indien het in lid 1 beschikbaar gestelde budget is uitgeput kan het college de aanvraag om subsidie afwijzen. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid kan het college, na advies van de monumentencommissie, voor de afhandeling van aanvragen prioriteiten stellen op basis van de bouwkundige staat van de monumenten waarvoor subsidie is aangevraagd. Het college kan bepalen dat aanvragen om subsidie vóór een door hen vast te stellen datum worden ingediend. Aan de eigenaar van een monument kan subsidie worden toegekend ter tegemoetkoming in de kosten van: Buiten- en daarmee samenhangend binnenschilderwerk, voor zover het betreft de buitenramen, buitenkozijnen en buitendeuren; Onderhoud van rieten daken (met deklatten en herstel van sporen); Onderhoud van dakvlakken gedekt met pannen (met tengels en panlatten), leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het herstel van gedeelten van dakbeschot en sporen; Onderhoud van goten in zink, koper of lood, inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren en het aanbrengen van voor de waterafvoer noodzakelijke goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aansluitingen op rioleringen en open water; Onderhoud van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken en herstel of terugplaatsen van stoepen, roedenverdeling lijstwerk en luiken; Onderhoud van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen; Onderhoud van dak- of torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen van torenluiken en het nemen van beperkte maatregelen tegen duivenoverlast; Inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels; Beperkt vervangen of inboeten van natuursteen; Onderhoud, controle, vervangen en indien nodig aanbrengen van een nieuwe bliksembeveiliging; Behandelen van muur- of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding, dan wel bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters; Onderhoud van gedeelten van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen en spantbenen); Onderhoud van glas-in-lood, beglazing en aanbrengen van beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas of historisch waardevol glas; Vervangen en herstel van overige bouwelementen van grote zeldzaamheid of met grote historische waarden; Het plaatsen van achterzetbeglazing, in samenhang met herstel van historisch waardevolle ramen; Het gangbaar houden van historische krachtwerktuigen en machines; Het aanbrengen van inspectievoorzieningen, zoals dakluiken en klimhaken; (Bouwkundig) onderhoud van begraafplaatsen en grafmonumenten; Herstel van het casco (de hoofdstructuur van het monument bestaande uit de dragende onderdelen en het omhulsel, te weten dak-, kap- en gebintconstructie, vloeren, balklagen, dragen muren, fundering, kelder, gewelven) mits uit het oogpunt van duurzame instandhouding van cultuurhistorische waarden verantwoord uitgevoerd; Herstel van afzonderlijke monumentale onderdelen (in- en exterieur al dan niet in combinatie met herstel van het casco waaronder schouwen, vloeren, trappartijen, plafonds, schilderingen, pleister en schilderwerk, bijzonder behang, raam- en deurpartijen met omlijsting en gevelonderdelen); Het aanbrengen van technische installaties ter bescherming van zeer waardevolle interieurelementen, bijvoorbeeld verwarming of luchtbevochtigingsinstallaties; Reconstructies van verdwenen of in latere tijd gewijzigde onderdelen, indien en voor zover deze wijzigingen geen afbreuk doen aan de monumentale waarden van het geheel, mits uit cultuurhistorisch oogpunt verantwoord wordt uitgevoerd; Herstel van specifieke technische installaties in monumenten van bedrijf en techniek, bijvoorbeeld stoommachines, dieselmotoren, raamzagen en persen; De kosten voor het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek/inspectierapport; De kosten van het lidmaatschap alsmede de inspectiekosten van de Monumentenwacht. Na-isolerende maatregelen: Het aanbrengen van dak-, vloer- en/of muurisolatie. Het vervangen van bestaand glas door warmte-isolerend monumentenglas. De subsidie voor gemeentelijke monumenten bedraagt 25% van de door het college subsidiabel geachte kosten (zie artikel 4.2.3) tot een bedrag van maximaal € 5.000,-- per jaar, mits niet eerder in hetzelfde kalenderjaar een subsidie voor hetzelfde monument is toegekend. Dit bedrag kan worden vermeerderd met de door de provincie Gelderland toegekende aanvullende subsidie voor gemeentelijke monumenten. Per gemeentelijk monument worden de kosten voor het jaarlijks lidmaatschap van de Monumentenwacht Gelderland volledig vergoed. Per gemeentelijk monument wordt maximaal één instandhoudingsbijdrage per kalenderjaar toegekend. De subsidie voor maalvaardige molens bedraagt 25% van de door het college subsidiabel geachte kosten (zie artikel 4.2.3) tot een bedrag van maximaal € 1.700,-- per molen per jaar, mits niet eerder in hetzelfde kalenderjaar een subsidie voor dezelfde molen is toegekend. Dit bedrag kan worden vermeerderd met door de provincie Gelderland toegekende aanvullende subsidie voor specifiek genoemde molens. Per maalvaardige molen wordt maximaal één instandhoudingsbijdrage per kalenderjaar toegekend. De aanvraag om subsidie dient vóór de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk door middel van een subsidieaanvraagformulier bij het college te worden ingediend. De uitvoering van de werkzaamheden mag niet eerder beginnen dan nadat het college een subsidiebeschikking heeft afgegeven en voor zover voor de werkzaamheden een vergunning op grond van de gemeentelijke Erfgoedverordening is vereist, deze is verleend. Bij de aanvraag dienen ter goedkeuring te worden overlegd: Een gespecificeerde offerte c.q. gespecificeerde offertes van de uit te voeren instandhoudingswerkzaamheden uitgesplitst naar aantallen, eenheden, normen, uren, materialen en evt. onderaannemers; Een inspectierapport van de Monumentenwacht Gelderland of een gelijkwaardig onderzoek naar of onderbouwing van de onderhoudstoestand van het betreffende monument. Naast de in lid 2 bedoelde bescheiden kan het college - al naar gelang de inhoud van de uit te voeren instandhoudingswerkzaamheden – bepalen dat er aanvullende bescheiden dienen te worden overlegd, zoals aangegeven op het subsidieaanvraagformulier. Aanvragen waarbij niet wordt voldaan aan de volgens voorgaande leden gestelde eisen of geen betrekking hebben op de subsidiabele kosten (conform artikel 4.2.3) worden geweigerd, tenzij hiervoor ontheffing wordt verleend als bedoeld in artikel 4.2.10. De instandhoudingswerkzaamheden dienen volgens de ‘uitvoeringsvoorschriften’ als bedoeld in artikel 4.2.1, onder f uitgevoerd te worden; De instandhoudingswerkzaamheden waarvoor subsidie is verleend moeten binnen 2 jaren na de toekenning zijn afgerond; Zonder toestemming van het college mag niet worden afgeweken van de ingediende instandhoudingswerkzaamheden; Degene aan wie subsidie is toegekend dient een door het college aangewezen onafhankelijke deskundige of deskundige instantie desgewenst de gelegenheid geven om de wijze waarop de werkzaamheden worden of zijn uitgevoerd te controleren. De beschikking tot verlening van subsidie in de kosten voor instandhouding kan door het college geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien: Blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden bij of krachtens deze regeling; Een subsidie op grond van deze regeling is toegekend of vastgesteld op grond van gegevens en gebleken is, dat deze zodanig onjuist waren, dat waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen; Niet binnen 2 jaar na de subsidieverlening de uitvoering van de werkzaamheden is afgerond; De subsidieaanvrager meldt dat de werkzaamheden geen doorgang zullen vinden. De vaststelling en uitbetaling van de subsidie vindt plaats: Nadat de in de aanvraag aangegeven werkzaamheden schriftelijk gereed zijn gemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens, te weten: gespecificeerd overzicht van de werkelijk gemaakte kosten en de hieraan gerelateerde betalingsbewijzen; Nadat de op de uitgevoerde werkzaamheden betrekking hebbende rekeningen en betalingsbewijzen door of namens het college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden; De uitgevoerde werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend door of namens het college zijn gecontroleerd en geaccordeerd; Door overmaking op een rekening bij een in Nederland gevestigde bankinstelling ten gunste van degene aan wie subsidie is toegekend. In bijzondere gevallen kan het college afwijken of ontheffing verlenen van procedurebepalingen en voorschriften van deze regeling. Voor de toepassing van deze subsidieregeling wordt verstaan onder: cultuurhistorische landschapselementen: groene, opgaande elementen die kenmerkend zijn voor de lokale ontstaansgeschiedenis van het landschap; eigenaar: degene die in de kadastrale registers als eigenaar en/of zakelijk gerechtigden zijn ingeschreven; erfbeplanting: streekeigen beplanting binnen het (agrarisch) bouwvlak zoals is weergegeven in het ter plaatse geldende bestemmingsplan; gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan (LOP): het Landschapsontwikkelingsplan+ ‘Van nieuwe naobers en brood op de plank’ inclusief werkboeken, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Montferland op 24 april 2008; GNN: Gelders Natuurnetwerk, zoals opgenomen in de op dat moment geldende provinciale omgevingsvisie; GO: Groene ontwikkelzone, zoals opgenomen in de op dat moment geldende provinciale omgevingsvisie; hagen en heggen: opgaande lijnvormige landschapselementen bestaande uit loofhoutsoorten, niet zijnde vlecht-, knip- of scheerheggen; herstel: werkzaamheden ten dienste van het compleet maken van een landschapselement; poel: waterelement gelegen in de GO met als doeltype “kamsalamander” of waterelement dat bijdraagt aan instandhouding van de boomkikker, heikikker en kamsalamander. Voor de mogelijke subsidieverdeling geldt een subsidieplafond zoals is bepaald bij de vaststelling van het budget voor het betreffende subsidiejaar in de gemeentebegroting door de gemeenteraad. De behandeling van subsidieaanvragen geschiedt op basis van de volgorde van binnenkomst in het betreffende subsidiejaar. Indien de in de gemeentebegroting daartoe bestemde middelen dat toelaten kan het college met inachtneming van deze regeling subsidie toekennen ten behoeve van de versterking van de verscheidenheid in natuur en landschap. Indien het in lid 1 beschikbaar gestelde budget is uitgeput kan het college de aanvraag om subsidie afwijzen. Voor de volgende activiteiten kan subsidie worden verstrekt: De aanleg, het herstel of het uitvoeren van achterstallig onderhoud van in de regeling opgenomen (cultuurhistorische) landschapselementen; De aanleg van poelen; Het wegwerken van achterstallig onderhoud aan de volgende elementen: Poelen Hagen en heggen voor zover deze als identiteitsbepalend element zijn aangemerkt in het LOP Lanen ouder dan 60 jaar gelegen op landgoederen Maatregelen om beleving van het landschap te vergroten, zoals kleinschalige recreatieve voorzieningen, onverharde paden en eenvoudige houten bruggetjes in openbaar toegankelijke routes wanneer de oorspronkelijke brug verdwenen is; Educatieve voorlichting gericht op onderwijs, burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap; Aanleg van streekeigen erfbeplanting. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de activiteiten als genoemd in artikel 4.3.3 passen binnen het gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan dat bestaat uit de visie en de werkboeken, en het bestemmingsplan buitengebied. Bij activiteiten op een bos- of landgoed geldt dat het bos- of landgoed in particulier eigendom dient te zijn, ten minste 50 jaren dient te bestaan en gedurende ten minste 50 jaren duurzaam dient te opereren als een economische eenheid. Bij activiteiten op een bos- of landgoed geldt dat deze dienen te passen binnen een opgesteld toekomstplan voor het bos- of landgoed en aantoonbaar en duurzaam dienen bij te dragen aan behoud en versterking van de in dat plan opgenomen landschappelijke kernkwaliteiten. Voor nieuwe aan te leggen landschapselementen, niet zijnde heggen en hagen, geldt dat: houtopstanden in principe ten minste 10 are moeten omvatten; rijbeplanting, gerekend over het totaal aantal rijen, ten minste 20 bomen omvatten; hoogstamfruitgaarden ten minste 15 en maximaal 50 bomen omvatten. Voor aanleg en achterstallig onderhoud van poelen geldt een minimale omvang van 3 are en ligging op een plek met grondwatertrap 3 of lager. Voor heggen en hagen geldt dat deze gelegen zijn buiten het Gelders Natuur Netwerk (GNN). Geen subsidie wordt verstrekt voor: kosten die worden gemaakt voor natuurontwikkeling zoals bedoeld in het Natuurbeheerplan Gelderland; activiteiten binnen de begrenzing van Rijks beschermde buitenplaatsen; beplanting van tuinen; kosten die gepaard gaan met aankoop of verkoop van onroerende goederen; verplichte landschappelijke inpassingen, vereveningen of herplanting opgelegd door burgemeester en wethouders op basis van een bestemmingsplanwijziging of een omgevingsvergunning. kosten voor planvorming, coördinatie. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan eigenaren en beheerders van percelen grond in het buitengebied van de gemeente Montferland niet zijnde bos- of landgoedeigenaren met een opengesteld terrein als bedoeld in de Natuurschoonwet. Stichtingen met als statutaire doelstelling educatieve natuur- en landschapsvoorlichting De subsidie bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten voor activiteiten voor het wegwerken van achterstallig onderhoud, met een minimum aan subsidiabele kosten van € 500,- en een maximum subsidiebedrag van € 7.500,- per 5 jaar. De subsidie bedraagt maximaal 75% van de subsidiabele kosten voor de aanleg van landschapselementen of voor herstel van bestaande landschapselementen buiten het GO en buiten het bouwvlak, met een minimum aan subsidiabele kosten van € 500,-. De subsidie bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten voor activiteiten voor de aanleg van landschapselementen of voor herstel van bestaande landschapselementen binnen het GO en buiten het bouwvlak, met een minimum aan subsidiabele kosten van € 500,-. De subsidie voor educatieve voorlichting gericht op onderwijs, burgerparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het landschap bedraagt maximaal 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 1000,- per jaar. De subsidie bedraagt maximaal de kosten van het beplantingsmateriaal met een maximum van € 500,- per perceel voor de aanleg van erfbeplanting in het buitengebied. Voor de bepaling van de subsidiabele kosten geldt voor activiteiten als maatstaf het (dan geldende) Normenboek Alterra. De aanvraag om subsidie dient vóór de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk door middel van een subsidieaanvraagformulier bij het college te worden ingediend. De uitvoering van de werkzaamheden mag niet eerder beginnen dan nadat het college een subsidiebeschikking heeft afgegeven. Bij de aanvraag dienen ter goedkeuring te worden overlegd: Een gespecificeerde offerte met inrichtingstekening van de uit te voeren werkzaamheden uitgesplitst naar aantallen, eenheden, normen, uren, materialen; Aanvragen waarbij niet wordt voldaan aan de volgens voorgaande leden gestelde eisen of geen betrekking hebben op de subsidiabele kosten (conform artikel 4.3.3) worden geweigerd. De beschikking tot verlening van subsidie kan door het college geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien: Blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden bij of krachtens deze regeling; Een subsidie op grond van deze regeling is toegekend of vastgesteld op grond van gegevens en gebleken is, dat deze zodanig onjuist waren, dat waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen; Niet binnen 2 jaar na de verlening de uitvoering van de werkzaamheden is afgerond; De subsidieaanvrager meldt dat de werkzaamheden geen doorgang zullen vinden. De vaststelling en uitbetaling van de subsidie vindt plaats: Nadat de in de aanvraag aangegeven werkzaamheden schriftelijk gereed zijn gemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens, te weten: gespecificeerd overzicht van de werkelijk gemaakte kosten en de hieraan gerelateerde betalingsbewijzen; Nadat de op de uitgevoerde werkzaamheden betrekking hebbende rekeningen en betalingsbewijzen door of namens het college zijn gecontroleerd en akkoord bevonden; De uitgevoerde werkzaamheden waarvoor subsidie is verleend door of namens het college zijn gecontroleerd en geaccordeerd; Door overmaking op een rekening bij een in Nederland gevestigde bankinstelling ten gunste van degene aan wie subsidie is toegekend. In bijzondere gevallen kan het college afwijken of ontheffing verlenen van procedurebepalingen en voorschriften van deze regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel