Wanneer het voor de cliënt zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn -dan de gebruikelijke kosten die een cliënt zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport-, kan een tegemoetkoming voor de meerkosten van de sportvoorziening worden verstrekt. Dat kan een sportrolstoel zijn maar ook een ander hulpmiddel. Eens per drie jaar wordt er een tegemoetkoming in de meerkosten verstrekt voor het aanschaffen van een sportvoorziening. (Met een maximum van € 2600 artikel 36 lid 3 Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2019.
Afwegingskader
Het verstrekken van een sportvoorziening is gericht op het behalen van resultaat gericht op maatschappelijke participatie. Het kan daarbij gaan om sporten in verenigingsverband maar ook om sporten in georganiseerd en gestructureerd verband zoals een trainingsgroep. Sportvoorzieningen voor gezamenlijk of collectief gebruik komen niet in aanmerking voor een tegemoetkoming in de meerkosten..
Hoofdstuk 3
Artikel 19