Naar hoofdinhoud
Een aanspraak op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo of Jeugdwet, wordt afgestemd met zorg, hulp en andere diensten uit de volgende wetten uit het sociale domein. Voorliggend op de Wmo is een voorziening /dienst op grond van een andere wettelijke regelgeving zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw) of het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Zorg: Als zorg of een andere dienst uit de Zorgverzekeringswet (Zvw) een passende oplossing biedt voor de ondersteuningsbehoefte, kan de cliënt worden verwezen naar de Zvw. Als de mogelijkheden vanuit de Zvw ontoereikend zijn, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet. Onderwijs: Begeleiding van kinderen met problemen is de verantwoordelijkheid van school. Tevens zijn er mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs. Alleen in uitzonderlijke situaties; als toezicht en aansturing meer vraagt dan van school en ouders kan worden verwacht en de mogelijkheden vanuit de Wet passend onderwijs ontoereikend zijn kan een maatwerkvoorziening worden ingezet. Kinderopvang: Kinderopvang is voor kinderen met een beperking voorliggend; het leren omgaan met leidsters met een kind met een beperking is gebruikelijke hulp van ouders. Alleen in situaties wanneer een kind extra begeleiding nodig heeft die niet door leidsters kan worden geboden en niet van ouders kan worden verwacht, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet. Arbeidsvoorzieningen: Op grond van de Ziektewet, en de Participatiewet zijn er mogelijkheden voor arbeidstrajecten en aangepast werk. Als de mogelijkheden vanuit deze wetten ontoereikend zijn, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet. Langdurige zorg: ondersteuning op grond van de Wmo of Jeugdwet geweigerd worden als de cliënt aanspraak maakt op ondersteuning op grond van de Wlz of als er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat betrokkene hierop aanspraak maakt en weigert dit te laten onderzoeken. De Wmo is vanaf 18 jaar voorliggend op de Jeugdwet. Jeugdhulp kan alleen doorlopen tot maximaal 23 jaar, als sprake is van één van de volgende 3 situaties: De jeugdige ontving al jeugdhulp voor zijn 18e jaar en voortzetting van deze hulp is noodzakelijk; Voordat de jeugdige 18 jaar werd is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is; Na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd, wordt binnen een termijn van een half jaar vastgesteld dat hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.

Rechtspraak bij dit artikel